contactgegevens
APOTHEEK VELGHE
Zottegemstraat 24
9688 Schorisse
T. 055 45 56 81
info@apotheekvelghe.be

APOTHEEK VELGHE RONSE
Peperstraat 19
9600 Ronse
T. 055 21 26 72
ronse@apotheekvelghe.be
› Slokdarmkanker

Hoe merk ik het?

  • Moeilijker slikken
  • Hoestbuien
  • Vermagering

Hoe werkt het?

De slokdarm is de buis waardoor het voedsel passeert op weg naar de maag. Als in de slokdarm een gezwel ontstaat geeft dat de volgende klachten: het slikken gaat moeilijker, eerst voor vast, later ook voor vloeibaar voedsel. Later ontstaat pijn, vaak uitstralend naar de rug. Je vermagert. Je krijgt hoestbuien, vooral als u gaat liggen (het niet doorgeslikte voedsel loopt dan over in de luchtpijp. Je kunt daardoor ook longontsteking krijgen). De kanker zaait vroegtijdig uit. Naar lymfeklieren langs de slokdarm en in de buikholte en via het bloed naar de lever. Vanuit de slokdarm kan ook doorgroei plaatsvinden naar structuren in de omgeving (luchtpijp, longen, hart).

Hoe ontstaat het?

Slokdarmkanker is een kanker van de latere leeftijd. De belangrijkste risicofactoren voor het krijgen ervan zijn roken en alcoholgebruik. Ook verlittekening van de slokdarm door teruglekken van maagzuur naar de slokdarm verhoogt de kans op het krijgen van de ziekte. Vroeger was het een zeldzame vorm van kanker. Tegenwoordig komt het vaker voor, waarschijnlijk als gevolg van veranderde leefgewoontes.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Als u slikklachten hebt, raadpleeg dan uw arts. Maar voor die tijd: leef gezond, rook niet en wees matig met alcohol.

Hoe gaat de arts er mee om?

De dokter zal de slokdarm laten onderzoeken met een endoscoop: een flexibele slang waarmee het binnenste van de slokdarm bekeken kan worden. Daarmee kunnen ook hapjes verdacht weefsel worden afgenomen voor nader onderzoek. Als vaststaat dat er sprake is van slokdarmkanker wordt eerst nagegaan of er uitzaaiingen zijn. Daarvoor worden de CT-scan, MRI-scan en de echo gebruikt. Worden er geen uitzaaiingen gevonden en beperkt de tumor zich tot de slokdarm zelf dan is chirurgische behandeling mogelijk: een groot deel van de slokdarm en een deel van de maag wordt weggenomen en er wordt een nieuwe verbinding gelegd tussen de rest van de maag en de slokdarm. Als dat niet mogelijk is kan men een nieuwe slokdarm maken van een stuk van de dikke darm. Dit zijn beide grote operaties, die ook niet zonder risico zijn. Na de operatie moet men opnieuw leren eten en slikken en wennen aan de veel kleinere maag. Is er wel sprake van uitzaaiing of doorgroei, dan is geen genezing mogelijk. Helaas is dat het geval bij de meeste gevallen van slokdarmkanker. Door middel van bestraling wordt gepoogd de tumorgroei af te remmen, zodat slikken en eten mogelijk blijft. Ook kan er een buis in de slokdarm geplaatst worden, langs het gezwel, om slikken mogelijk te maken. Deze behandelingen kunnen niet voorkomen dat de ziekte uiteindelijk leidt tot de dood.

Wetenschappelijk nieuws

Het opsporen en in beeld brengen van kankerstamcellen en hun signaalroutes kan belangrijke informatie geven over de vooruitzichten van individuele patiënten met slokdarmkanker en mogelijk bijdragen aan een verbetering van de behandeling. Dat concludeert Judith Honing in haar promotieonderzoek. Slokdarmkanker is een vorm van kanker die vaak pas in een laat stadium wordt opgemerkt. De vooruitzichten van mensen met slokdarmkanker zijn slecht, slechts 15-20% is vijf jaar na het vaststellen van de ziekte nog in leven. Slokdarmkanker keert vaak terug. Mogelijk spelen kankerstamcellen een rol in de terugkeer en uitzaaiing van de ziekte. Wetenschappers vermoeden daarom dat het opsporen van deze kankerstamcellen inzicht kan geven over het verloop van de ziekte en mogelijk nieuwe aangrijpingspunten biedt om nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Maar het identificeren en markeren van kankerstamcellen in slokdarmkanker is lastig. Honing analyseerde in haar onderzoek de expressie van verschillende eiwitmarkers gerelateerd aan kankerstamcellen in andere typen kanker. Zij deed dat in twee patiëntgroepen: een groep patiënten met slokdarmkanker bij wie de tumor chirurgisch was verwijderd zonder chemoradiotherapie vooraf, en een groep die wel chemoradiotherapie had gehad voor verwijdering van de tumor. Honing ontdekte dat een verminderde expressie van de eiwitten CD44 en SOX2 samenhing met slechtere vooruitzichten. Omdat nog niet duidelijk is welke rol deze eiwitten precies hebben, pleit de promovenda voor nader onderzoek. Daarnaast onderzocht zij een model dat mogelijkheden biedt om kankerstamcellen te bestuderen in slokdarmkanker. Judith Honing (1987) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek in het kader van een MD/PhD-traject bij de afdelingen Chirurgische Oncologie en Medische Oncologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd door de Junior Scientific Masterclass van het UMCG, de Jan Kornelis de Cock Stichting en de Van der Meer-Boerema Stichting. Honing is als arts verbonden aan de afdeling Interne Geneeskunde van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort.