contactgegevens
APOTHEEK VELGHE
Zottegemstraat 24
9688 Schorisse
T. 055 45 56 81
info@apotheekvelghe.be

APOTHEEK VELGHE RONSE
Peperstraat 19
9600 Ronse
T. 055 21 26 72
ronse@apotheekvelghe.be
› Prostaatkanker

Hoe merk ik het?

  • Meestal geen
  • Plasproblemen (moeilijk plassen, slappe straal, nadruppelen)
  • Bloed in de urine
  • Urineweginfecties
  • Pijnklachten (vooral botpijnen in bekken en wervelkolom)

Hoe werkt het?

Alleen mannen hebben een prostaat (in het Nederlands: voorstanderklier). Hij bevindt zich direct onder de blaas, daar waar de urineleider de blaas verlaat. De prostaat ligt om het begin van de urineleider heen. De beide zaadleiders, elk afkomstig van één van beide testikels, monden via de prostaat in de urineleider uit. Het grootste deel van het zaadvocht dat vrijkomt als de man een orgasme krijgt wordt geproduceerd in de prostaat. Prostaatweefsel is gevoelig voor mannelijk geslachtshormoon (testosteron). Bij afwezigheid van testosteron stopt de groei ervan. Uit prostaatweefsel komt een eiwit vrij, het PSA (Prostaat Specifiek Antigeen). Het PSA is meetbaar in het bloed. Het PSA gehalte in het bloed is verhoogd als de prostaat vergroot is, bij ontstekingen van de prostaat en ook bij prostaatkanker. Hoe hoger het gehalte, hoe groter de kans op het bestaan van een kwaadaardigheid. Vele mannen krijgen prostaatkanker en toch krijgt slechts een beperkt deel van hen ook werkelijk klachten en ziekteverschijnselen: bij ongeveer de helft van de mannen boven de 70 jaar is prostaatkanker aantoonbaar en bij vrijwel alle mannen boven de 90 jaar. Echter, slechts drie procent van alle mannen overlijdt eraan.

Hoe ontstaat het?

Vanaf het 50ste levensjaar neemt de kans op het krijgen van prostaatkanker toe. Welke factoren bijdragen aan het ontstaan van prostaatkanker is nog niet duidelijk. Wel is zeker dat erfelijkheid een rol speelt: als een familielid in de eerste graad (vader, broer) prostaatkanker heeft is de kans het zelf ook te krijgen twee tot vier maal zo groot als normaal.

Hoe ga ik er zelf mee om?

U kunt zelf niet veel doen. Als in de nabije familie prostaatkanker voorkomt is het wel zinvol na het vijftigste jaar de prostaat regelmatig te laten controleren.

Hoe gaat de arts er mee om?

Op grond van klachten of risicofactoren zal de arts onderzoek starten. Daarvoor staan een aantal methoden ter beschikking: meting van de PSA, het rectaal toucher (het via de anus met de vinger aftasten van de prostaat) en echografie van de prostaat. Elk afzonderlijk zijn geen van deze methoden voldoende gevoelig en betrouwbaar. Met elkaar maken ze wel een redelijk betrouwbare beoordeling mogelijk. De definitieve diagnose wordt pas gesteld door het aantonen van kankercellen. Daarvoor neemt de uroloog, via de anus, met een holle naald hapjes uit verdachte knobbels in de prostaat. Voor de behandeling zijn er twee mogelijkheden: de prostaat kan operatief verwijderd worden of hij wordt bestraald. Zijn er uitzaaiingen aangetoond dan is operatie of bestraling niet zinvol meer. De prognose van prostaatkanker hangt af van de uitgebreidheid (tumorgrootte, wel of geen uitzaaiingen) en de agressiviteit ervan (goed of slecht gedifferentieerd). De meeste mannen worden nooit ziek. Als het gezwel in een vroeg stadium wordt ontdekt en behandeld is er een grote kans op genezing; is het gezwel uitgezaaid, dan is doorgroei een paar jaar af te remmen, maar niet blijvend.

Wetenschappelijk nieuws

Publicatie Cancer: Voor- en nadelen prostaatkankerscreening beter in evenwicht gebracht
Sommige mannen hebben meer baat bij vroege opsporing van prostaatkanker dan andere. Onderzoekers van Erasmus MC hebben nu gevonden voor welke groep mannen dit geldt. Met hun inzichten kunnen de criteria voor screening en vroegdiagnostiek worden aangescherpt. Zo wordt voorkómen dat mannen die er geen baat bij hebben, onnodig een ingrijpende behandeling tegen prostaatkanker ondergaan. De onderzoekers publiceren hun bevindingen vandaag in het internationaal wetenschappelijke tijdschrift Cancer. Prostaatkanker is de meest voorkomende kankersoort bij mannen in Nederland. Het gaat dan vooral om mannen van 60 jaar en ouder. Prostaatkanker komt na longkanker op de tweede plaats van alle kankergerelateerde doodsoorzaken bij mannen. Door middel van vroege opsporing kan de sterfte aan prostaatkanker met minimaal 20 procent worden verminderd. Deze zogenoemde screening op prostaatkanker brengt echter ook nadelen met zich mee. Bij een deel van de mannen ontwikkelt de prostaatkanker zich namelijk zo langzaam, dat ze niet als gevolg van, maar wel mét de prostaatkanker overlijden. Bij sommige mannen blijft de tumor dermate klein, dat ze er zelfs geen klachten van ondervinden. Wanneer bij deze mannen de tumor door middel van screening vroeg wordt opgespoord, worden ze wellicht onnodig behandeld met een ingrijpende operatie of bestraling met alle mogelijke vervelende gevolgen van dien. Pim van Leeuwen, arts en wetenschappelijk onderzoeker van de afdeling Urologie van het Erasmus MC: "In tegenstelling tot eerdere studies is het ons nu gelukt om groepen mannen te identificeren die relatief het meeste voordeel hebben bij screening en vroege opsporing, maar ook de mannen bij wie de voordelen van screening en vroege opsporing niet lijken op te wegen tegen de nadelen." Bij vroege opsporing van prostaatkanker wordt eerst gekeken naar het zogenoemde prostaat specifiek antigen (PSA). Bij mannen van 55-74 jaar die een lage PSA-waarde hebben (tussen de 0.1 en 1.9 ng/ml) lijken de nadelen van herhaald screening aanzienlijk groter dan de voordelen. In deze groep zouden gedurende de eerste negen jaar na start van screening 24.642 mannen moeten worden onderzocht om één man te redden van de dood aan prostaatkanker en 724 mannen zouden onnodig worden behandeld. Bij mannen met een PSA-waarde tussen de 4 en 10 ng/ml of tussen de 10 en 20 ng/ml blijken de voordelen van herhaalde screening juist meer op te wegen tegen de nadelen. Zo geldt voor de laatste groep dat er slechts 133 mannen gescreend hoeven te worden om één sterfgeval als gevolg van prostaatkanker te voorkomen. Van Leeuwen: "Op basis van deze resultaten concluderen wij dat het raadzaam is om voorlopig terughoudend te zijn in het steeds opnieuw onderzoeken van mannen met een lage PSA-waarde. Wanneer deze PSA-grens goed wordt gehanteerd, ontstaat er een beter evenwicht tussen de voor- en nadelen van screening en vroegdiagnostiek. Op die manier voorkomen we dat mannen een behandeling ondergaan die ze eigenlijk niet nodig hebben en die alleen maar zou kunnen leiden tot nadelige effecten op de gezondheid van de patiënt en overbodig hoge kosten voor de gezondheidszorg.

Xofigo
Roken